Nieuws
STROOIZOUT
Hoe werkt dooizout eigenlijk?Dooizout, een onmisbare winterpartner?
In de hedendaagse maatschappij zou het ondenkbaar zijn, indien sneeuw of ijzel onze wegen onberijdbaar zouden maken. Vandaar dat er jaarlijks zware inspanningen geleverd worden, om onze wegen sneeuw- en ijsvrij te houden. Maar waarom?
Vooreerst heeft men eerder het economische luik. Onberijdbare wegen zouden de bereikbaarheid in het gedrag brengen, wat ongetwijfeld een weerslag op de economie zou hebben. Maar het doorslaggevende element is de veiligheid. Ijzel, sneeuw, aanvriesende regen, … kunnen de wrijvingscoëfficiënt tussen band en wegdek in die mate verminderen dat er geen contact meer bestaat met het wegdek waardoor het voertuig onbestuurbaar wordt.
Smelt- of dooimiddelen hebben bijgevolg tot doel deze verlaging van de wrijvingscoëfficiënt zo veel mogelijk te vertragen of zelf op te heffen. Hiertoe worden onze vlaamse wegen jaarlijks bestrooid met zo'n 40.000 à 50.000 ton zout. Dit is natuurlijk sterk afhankelijk van het type winter.
Maar waarom nu net zout? In principe kunnen ook andere producten zoals steenslag, kiezel of zand als dooimiddel ingezet worden. Wat trouwens ook in sommige streken het geval is. Deze middelen zijn echter niet altijd even efficiënt aangezien zij er eigenlijk alleen maar voor zorgen dat sneeuw- of ijslagen berijdbaar blijven. Om het ijs op zich te laten smelten moet men sowieso zout gaan toevoegen. Verder kan men hier ook vragen gaan stellen bij het vervuilend aspect van deze middelen: de combinatie van bv. zand en zout zorgen voor snellere corrosie en voor luchtvervuiling. Ons eerder vochtig winterklimaat waar vorst en dooi elkaar regelmatig afwisselen in combinatie met het drukke verkeer, maakt dooizout tot het efficiënte dooimiddel omdat het:
- Overal en onmiddellijk beschikbaar is.
- Voordeligste prijs / kwaliteit verhouding kent.
- Makkelijk op te slaan en makkelijk transporteerbaar is.
- Makkelijk verspreid kan worden.
- Niet toxisch of giftig is.
- Onschadelijk is voor huid en kledij.
- Onschadelijk is voor het milieu wanneer het correct gebruikt en opgeslagen wordt.
- Effectiviteit: de effectiviteit van een dooimiddel kan worden uitgedrukt in de smeltcapaciteit: dit is de hoeveelheid ijs (in kg) die door 1 kg dooimiddel tot smelten kan worden gebracht. Voor natriumchloride wordt de smeltcapaciteit bijvoorbeeld als volgt weergegeven: 12 kg ijs per kg zuiver NaCl bij een temperatuur van - 5 °C. Naarmate de temperatuur lager is, is meer zout nodig om dezelfde hoeveelheid ijs te laten smelten
- Bruikbaarheid: een dooimiddel heeft tot doel de temperatuur waarbij het water bevriest te verlagen. Hiervoor bekijkt men het vriespuntverlagend effect van een dooimiddel. Dit effect wordt uitgedrukt in een temperatuurdaling. Daarnaast moet men weten bij welke temperatuur (onder nul) het dooimiddel niet meer werkt.
Beschikbaarheid: een dooimiddel moet uiteraard in voldoende mate en direct beschikbaar zijn. Ruime opslag en snelle levering zijn van groot belang bij gladheidsbestrijding. Een goede afstemming met de producent en/of distributeur is daarom geboden. Gezien de onvoorspelbaarheid van het winterweer dient het dooimiddel in het algemeen in grote hoeveelheden en voor meerdere jaren te kunnen opgeslagen worden.- Veiligheid: een dooimiddel dient gebruikt te kunnen worden zonder dat ingrijpende veiligheidsvoorzieningen worden vereist.
- Milieu: uiteraard dient een dooimiddel het milieu minimaal te belasten.
- Prijs: de kosten van dooimiddelen lopen aanzienlijk uiteen.
Feitelijk gezien gaat men op 3 ogenblikken strooien:
- Preventief: Men spreekt van preventief strooien wanneer men gaat strooien VOOR de aangekondigde weersverslechteringen zich gaan voordoen. Op die manier kan men een permanente veiligheid van de weg garanderen.
Wanneer de temperatuurdalingen en de hoeveelheden neerslag beperkt blijven, kan preventief strooien als maatregel toerijkend zijn. In andere omstandigheden moet het preventief strooien als een voorbereidende fase gezien worden. Door gevoelige oppervlakken preventief te bestrooien, heeft de sneeuw minder kans om zich aan het wegdek vast te hechten. Op die manier kunnen sneeuwruimers, in een later stadium, de sneeuw en het ijs sneller en gemakkelijker verwijderen. - Curatief: Curatief strooien betekent strooien vanaf het ogenblik dat het sneeuwen of ijzelen is aangevangen. Hier komt het erop aan zo snel mogelijk alle wegen terug berijdbaar te maken.
- Strooien na het ruimen van de sneeuw: Dit betekent dat men alle resten van de sneeuw of ijzel zal verwijderen door middel van nastrooien én eigenlijk opnieuw preventief gaat strooien naar toekomstige neerslag toe.
De werking van het dooimiddel kan nog worden bespoedigd door het, reeds voor het op de weg komt, te mengen met pekel. Deze methode wordt natstrooien genoemd en heeft begin jaren tachtig langzaam ingang gevonden. Omdat natzout veel minder snel verwaait dan droogzout, is natstrooien tevens geschikter voor het preventief strooien. Het natstrooien gaat sneller, is nauwkeuriger en zuiniger dan droogstrooien. Om het zout vochtig op de weg te krijgen, moeten de strooiwagens beschikken over de juiste voorzieningen. Veel bestaande strooiwagens zijn hiertoe uitgebreid met een tank met pekel. De pekel wordt vlak voor de verspreiding op de weg in contact gebracht met het zout, waardoor een betere hechting aan het wegoppervlak wordt verkregen. Bij dergelijke strooiwagens wordt gesproken van een natte en een droge component. De pekels zijn meestal gebaseerd op natrium- of calciumchloride. Factoren die het strooien beïnvloeden
Er zijn een groot aantal factoren die de manier en de intensiteit van het strooien beïnvloeden:
- Chemische concentratie: als men teveel concentratie gaat gebruiken zal niet alles oplossen en bijgevolg verspild worden. Als men daarentegen te weinig concentratie gebruikt verliest het product zijn effect en zal de kern van de ijzel-sneeuwlaag niet doorbroken worden.
- Temperatuur: de oppervlakte- en bodemtemperatuur bepalen de hoeveelheid dooimiddel en de smeltgraad. Als de temperatuur zakt moet men beduidend meer dooimiddel gebruiken om dezelfde oppervlakte te doen smelten. Bijvoorbeeld: natriumchloride kan 5 keer meer ijs doen smelten bij een temperatuur van -1,1 °C dan bij een temperatuur van - 6,6 °C.
- Tijd: hoe langer een smeltmiddel moet reageren, hoe groter de benodigde hoeveelheid.
- Weer: wanneer de zon het grondvlak verwarmt zal het ijs sneller smelten. Bij heldere nachten zal de temperatuur van het grondvlak lager liggen dan de temperatuur van de lucht.
- Wegtype: sneeuw en ijs smelten sneller op een betonnen oppervlak gezien het vlugger warmte afgeeft. Asfalt absorbeert meer zonnewarmte en zal bijgevolg meer warmte bevatten om sneeuw te doen smelten.
- Topografie: Ijsvorming is groter op gebieden waar hoogteverschillen aanwezig zijn, waar meer vegetatie aanwezig is of waar meer schaduwvorming is.
- Verkeer: De verkeersdrukte bepaalt in hoge mate de snelheid van het smelten.
- Toepassingsbreedte: studies tonen aan dat ijs vlugger smelt wanneer het in smallere stroken verspreid wordt (alhoewel op lange termijn dezelfde hoeveelheid sneeuw zal smelten).
- Toepassingstijd: Timing is de belangrijkste factor om een succesvolle "strooibeurt" te bekomen. Tijdig strooien zorgt voor het beste resultaat. Wanneer de sneeuw nog relatief "los" op de weg ligt kan het volstaan om een kleine hoeveelheid smeltmiddel te strooien. Door het verkeer wordt de rest losgereden en gaat zich een soort smurrie vormen.



